Een nieuwe route wordt berekend

Bart de Wolf

30 Jan 2019

Ik had me nog maar net aan mijn bureau geïnstalleerd of het rode lampje naast mijn scherm knipperde nerveus: mijn eerste oproep van de dag!

Ik ordende snel de papiertjes, schema's, potloden en passer op mijn werkplek en drukte op de knop naast het lampje om de binnenkomende opdracht te aanvaarden. Tot mijn grote vreugde herkende ik de coördinaten van mijn favoriete cliënt.

'Het middagdutje van Tante Betje is afgelopen,' grapte ik tegen Michiel, de collega aan het rommelige bureau naast me, en ik haakte de ontvanger vast aan mijn rechteroor.

Michiel draaide zijn hoofd subtiel in mijn richting en knipoogde terwijl hij onverstoord verder in zijn microfoontje praatte, achteruit leunend in zijn stoel, zijn voeten op het bureau. Hij glimlachte twee kuiltjes in zijn wangen, de verzorgde stoppelbaard er omheen maakte het plaatje helemaal af. Ik voelde me rood kleuren terwijl ik me weer naar mijn eigen scherm draaide. Michiel mocht dan al de dertig gepasseerd zijn, hij kon nog steeds moeiteloos een meisjeshart als het mijne beroeren.

Ik gluurde naar de aftellende klok boven zijn bureau. De kleine wijzer vertelde me dat Michiel bijna pauze had. Een volgende stiekeme blik op zijn computerscherm bevestigde dit: de blauwe pijl naderde inderdaad het geblokte vlaggetje. Nog hooguit een half uurtje vooraleer bestemming bereikt! Mooi zo, als de verkeersdrukte op de route van mijn cliënt ook meeviel, dan hadden we zo meteen misschien samen enkele minuten vrij. Mijn hart maakte al een klein sprongetje bij de gedachte alleen.

Het knipperende rode lampje wees me er dwingend op dat er eerst gewerkt moest worden: Tante Betje had via haar GPS-toestel mijn hulp aangevraagd.

Ik overliep vluchtig de instellingen die ze had ingevoerd.

Taal: Nederlands

Gekozen stem: Lucia

Ingevoerde bestemming: Rozenpark, Lakezele

Hoewel ikzelf ondertussen al blindelings het traject zou kunnen rijden, had Tante Betje er blijkbaar meer moeite mee. Of ze gebruikte haar GPS eigenlijk meer als een goede back-up voor moest er zich onverwachts iets voordoen onderweg.

Vertrekpunt: het dorpsplein van Westerkerke.

Ik boog het microfoontje tot voor mijn mond en knipte het aan.

'Uw route wordt berekend,' sprak ik langzaam. Ik probeerde zo goed mogelijk te articuleren. De neiging om dezelfde route als de vorige dag aan te bevelen, verdrong ik professioneel. Geen enkele route is routine, het had zomaar een tegeltje boven onze schaars verlichte bureaus kunnen zijn. Het verkeer was immers elke dag anders: er konden wegenwerken zijn, files staan, ongelukken gebeuren… Maar volgens de informatie op mijn scherm – en het rekenschema ernaast – waren er geen bijzonderheden op het traject en kon ik zonder problemen de voorgestelde route van de vorige dagen opnieuw gebruiken.

Afstand: 38 kilometer

Reistijd: 42 minuten

De waarschuwing over een onverharde weg op het traject klikte ik weg. Op de hele route tussen Westerkerke en het Rozenpark – een route waarvan ik het grootste deel zelf al enkele keren met de fiets had afgelegd – lag geen enkele onverharde weg. Vermoedelijk was er een foutje in het programma geslopen dat bij een volgende update verholpen diende te worden. Ik krabbelde in mijn schriftje een vluchtige opmerking hierover neer en boog de microfoon nog iets dichter bij mijn mond.

'Reistijd tot de geselecteerde bestemming bedraagt 42 minuten.'

Ik stelde de klok in op 42.

'Rijden maar.'

Aandachtig keek ik naar de dikke blauwe pijl op het scherm. Geen beweging.

'Rijden maar,' herhaalde ik. Ik luisterde naar het gestommel in de wagen.

Ze zette de radio aan, een of ander oude hit weerklonk zacht in mijn oortje.

Langzaam kwam de pijl in beweging. Hij draaide zich eerst een kwartslag naar het noorden en probeerde vervolgens naar de bovenkant van mijn scherm te kruipen.

Ze reed.

Ik startte de klok. Het aftellen begon. Tweeënveertig minuten tot bestemming.

Ik telde de zijstraten die ze moest passeren alvorens ze de Eikenlaan in kon rijden. Het waren er drie.

'Bij het kruispunt: rechtdoor.' Dat was één.

'Bij het kruispunt: rechtdoor.' Twee.

'Bij het kruispunt: rechtdoor.' Drie!

'Na 50 meter: rechtsaf.' Het pijltje reed langzaam naar het volgende kruispunt.

'Sla rechts af. Eikenlaan.'

Ik zag op mijn scherm dat de wagen van Tante Betje vertraagde tot hij stilstond.

'Rechtsaf: Eikenlaan.' Het pijltje was vlak voor het kruispunt gestopt en bewoog niet meer.

'Niet zo ongeduldig zijn, Lucia, ze staat waarschijnlijk voor het rode licht,' mompelde ik tegen mezelf.

In mijn oortje hoorde ik verkeersgeluiden die wel pasten bij een druk kruispunt: een passerende motorfiets en veel getoeter.

Na anderhalve minuut zag ik het blauwe pijltje opnieuw in beweging komen. Het boog rechtsaf en reed netjes de Eikenlaan in. Na enkele bochtige wegen reed ze de dorpskern uit.

Ik veranderde de maximale snelheid in '60', maar wist uit ervaring dat ze hooguit 50 zou blijven rijden. Na een kwartier lang omslachtige polderweggetjes waar ze beurtelings links en rechts moest afdraaien, bereikten we uiteindelijk het dorp van bestemming: Lakezele.

'Aan de rotonde neemt u de tweede afslag naar rechts.'

Bij het laatste woord voelde ik mijn stem even breken. Ik kuchte de kriebel uit mijn keel en probeerde vervolgens een vieze smaak in mijn mond weg te smakken. Jeetje, wat had ik gegeten vanochtend? Stiekem controleerde ik mijn adem in de palm van mijn hand, terwijl ik vanuit mijn ooghoek Michiel in de gaten hield. Net op het moment dat ik snel nog even wat wilde drinken, hoestte ik en belandde het slokje water in honderden druppels verspreid over alles wat op mijn bureau stond. Proestend schermde ik mijn microfoontje af terwijl ik met mijn andere mouw snel de waterspatten van het scherm opveegde.

Uiteraard was deze beschamende scene Michiel niet ontgaan. Hij stak vragend zijn duim op. Ik voelde mijn wangen opnieuw rood kleuren en deed alsof er niets aan de hand was.

'Neem de tweede afslag rechts,' herhaalde ik, nog een beetje schor. Vanuit mijn ooghoek zag ik hoe Michiel zich weer naar zijn eigen scherm draaide. Wat een afgang.

'Nu gedurende anderhalve kilometer rechtdoor. Vervolgens linksaf.'

Ik schakelde microfoon en oortje uit en nam de headset van mijn hoofd. Anderhalve kilometer aan dit tempo betekende een pauze van drie minuten. Ik hoorde Michiel zijn opdracht afronden.

'Over 100 meter bestemming bereikt,' sprak hij stellig. Hij hield zijn potlood al klaar in de hand om deze cliënt succesvol af te vinken.

'Bestemming bereikt.'

Zijn rechterhand zweefde boven het papier, terwijl hij nauwlettend de blauwe pijl op zijn scherm in de gaten hield. Enkele meters voor de bestemming hield de pijl stil. De punt van het potlood raakte het papier, klaar om een mooi groen v'tje te zetten. Plots reed de pijl enkele meters achteruit om vervolgens opnieuw vooruit te rijden, zijn bestemming voorbij.

Michiel staarde naar het scherm. Het groene potlood moest nog even wachten.

'Bestemming bereikt,' hoorde ik Michiel herhalen, iets luider deze keer. Ik kon door zijn koptelefoon de bassen horen dreunen. Op het scherm zag ik hoe zijn cliënt een straat met eenrichtingsverkeer inreed. Hij was nu aan het spookrijden en reed sowieso te snel om op zoek te zijn naar een parkeerplaats.

'Nee,' fluisterde Michiel verbaasd, 'hoe is het mogelijk. Heb ik weer!'

Hij greep het microfoontje dat voor zijn neus zweefde.

'Probeer om te keren!' De wagen negeerde zijn oproep en bleef de gekozen richting uit rijden.

'Probeer om te keren! Keer om!'

Zijn vuist omklemde het potlood, de knokkels wit van de spanning.

'Argh! Waarom doen we dit eigenlijk?' Michiel rukte zijn headset van zijn hoofd en keek me radeloos aan.

Arme Michiel. Zijn mooie bruine ogen stonden wanhopig. De vrolijke kuiltjes in zijn wangen waren nergens meer te bekennen.

Hij schudde zijn hoofd. 'Ik kan hier niet goed tegen,' sprak hij moedeloos.

Ik knikte meelevend, hoewel ik eigenlijk eerder luisterde naar zijn stem zelf, dan naar hetgeen hij vertelde.

Plots schrok ik op van een irritant alarmsignaal. Ik draaide me met een ruk om naar mijn eigen computerscherm.

Over het traject van Tante Betje heen flikkerden symbolen die er niet hoorden te zijn.

Fuck, ik was aan het dagdromen terwijl ik een cliënt aan het begeleiden was!

Tante Betje had bijna het punt bereikt waar ze moest afslaan. Ik propte de ontvanger in mijn oor. Ondertussen probeerde ik het irritante alarmsignaal weg te drukken.

'Sla af naar –'

Shit, het microfoontje! Ik boog het terug voor mijn mond en knipte het weer aan.

'Sla af naar links! Westerkerkseweg!'

Ik bedekte de microfoon snel met mijn hand en hoopte dat het alarm niet hoorbaar zou zijn in de wagen van Tante Betje.

Op het scherm boog de pijl netjes naar links en vervolgde zijn route langs de Westerkerkseweg.

Net op tijd. Het alarmsignaal verdween even snel als dat het was opgekomen.

Ik keek snel naar Michiel of hij mijn gestuntel had opgemerkt, maar zijn aandacht werd compleet ingenomen door zijn koppige cliënt.

God zij dank verliep de rest van de trip van Tante Betje vlekkeloos. Nadat ze haar bestemming had bereikt hoorde ik haar de motor van de wagen uitzetten. Op de radio weerklonk de intro van het nieuwsbulletin van half vijf.

Ik ontkoppelde mijn ontvanger, legde hem naast het scherm op mijn bureau en typte een kort verslag van de rit. Het voorval met het alarm besloot ik niet te vermelden.


Toen ik de volgende dag met frisse moed aan mijn shift begon, was Michiel al halverwege een opdracht.

'Rij de rotonde op, derde afslag', hoorde ik hem zeggen. Zijn stem was opnieuw geduldig en warm.

Het was net kwart voor vier geweest en het lampje naast het scherm lichtte rood op. Tante Betje was perfect op tijd!

Ik gaf mijn collega een por.

'Ze is weer wakker,' lachte ik. Hij knipoogde me toe. De routine voelde best wel prettig aan.

Ik aanvaardde de opdracht met een enkele muisklik. Op het scherm verschenen de ingevoerde instellingen.

Taal: Nederlands

Gekozen stem: Lucia

Ingevoerde bestemming: Rozenpark, Lakezele

Ik controleerde de coördinaten van het vertrekpunt van de reis, hoewel ik die ondertussen wel kon dromen: het dorpsplein van Westerkerke, pal in het centrum naast de kerk en de dorpsschool waar ikzelf al enkele uniformrokjes had versleten. 'Tante Betje' woonde vermoedelijk in hetzelfde dorp als ik. Misschien was het wel door het herkenbare dialect dat ze me keer op keer selecteerde. Of mijn rustgevende intonatie. Mijn jeugdigheid. Misschien deed ik haar wel denken aan haar dochter. Of kleindochter. Wat de reden ook mocht zijn, ik was blij met haar als cliënt.

Ik beeldde me haar in als een ietwat deftige dame van hogere leeftijd – in gedachte had ze het uiterlijk van één van de zussen van mijn mama, vandaar het ge-tantebetje dus – die uiterst voorzichtig, misschien zelfs ietwat onzeker, de auto alleen maar gebruikte om naar haar beste vriendin te rijden. De bestemming die ze invoerde was immers altijd dezelfde: de Rozentuin van Lakezele, nauwelijks anderhalf dorp verderop. Nooit moest ik haar op een ander traject begeleiden. Of misschien ging het niet om zomaar een vriendin, maar had ze daar wel een stiekeme geliefde en bezochten ze samen het deel van het park dat rond deze tijd van het jaar vol schitterende bloemen stond. In gedachte zag ik een koppel oudjes van elkaar en van het zonnetje genieten, hand in hand rondslenterend tussen de kleurenpracht. De overige driekwart van het park was bewust verwilderd en derhalve niet populair bij de gemiddelde parkbezoeker. 'Overgelaten aan de grillen van de natuur' heette dat dan gemakshalve. Het was in elk geval geen aanrader als je er niet van hield om over boomstronken te klauteren en door dicht struikgewas te wroeten. Maar daarentegen, wanneer je geen schrik had van metershoge mierenhopen of doornstruiken die je benen venijnig bewerkten, kon je daar lekker veel wilde bessen en bramen plukken, of – als je daar genoeg van afwist – verschillende soorten paddenstoelen vinden waarvan er sommige naar het schijnt eetbaar waren.

Michiel had me in het begin nog uitgelachen om mijn poëtische fantasie en gegrapt dat degene die ik 'Tante Betje' noemde voor hetzelfde geld wel eens een ruige bouwvakker kon zijn die na het werk weer naar huis toe kachelde of een junk die met zijn halfgare maten een joint ging smoren op een bankje in het park. De oproepen waren immers anoniem en de stemmenfilter stond – om evidente privacyredenen – vergrendeld op 'aan', zodat we de gesprekken in de wagen niet konden volgen.

Maar ook al had ik bij Tante Betje nooit een stem gehoord die de illusie van oudere dame zou kunnen doorprikken, haar defensieve rijstijl paste sowieso eerder bij een bejaarde dan bij een gedrogeerde hippie.

'Misschien maar beter ook dat we niet weten wie er in de wagen zit,' had Michiel een keer gezegd, terwijl hij me één van zijn oortjes aanreikte. Het gezicht dat hij erbij trok, sprak boekdelen. Bij zijn cliënt dreunde loeiharde techno door de speakers. Michiel had zich duidelijk ook een beeld gevormd bij zijn cliënt en dat was niet het beeld van een lief, oud vrouwtje. TechnoTokkie, zo noemde hij de zijne. Michiel werd altijd door zulke types geselecteerd – of hij stond standaard ingesteld bij zo eentje.

Ik benijdde hem er alvast absoluut niet om.

Op mijn scherm stond Tante Betje dus opnieuw klaar om richting Lakezele te vertrekken en ze wachtte tot het toestel op haar voorruit de beste route zou voorstellen.

Ik selecteerde het dorpsplein als vertrekpunt en het Rozenpark in Lakezele als bestemming.

Tussen de twee punten lagen enkele kleinere dorpen en een uitgestrekte polder, met elkaar verbonden door een stuk of wat gewestwegen met een redelijk voorspelbare drukte. Appeltje-eitje.

'Uw route wordt berekend,' articuleerde ik overdreven duidelijk in het microfoontje. Tante Betje kon best wel eens hardhorig zijn, had ik me bedacht.

Ik keek naar de grote klok boven mijn scherm: het was rond deze tijd nog te vroeg voor de avondspits op de snelwegen, maar in de buurt van scholen zou het al wel drukker worden. En bij Tante Betje stond de GPS ingesteld op 'touristische route', oftewel zonder snelwegen, tolbruggen en andere drukke verkeersknopen. Echt zoals bij 'mijn' Tante Betje: liever een half uur langer doen over een traject dan de stress van drukbereden wegen moeten ervaren.

Op de wegenkaart voor me zocht ik enkele punten waar ik op dit moment van de dag het minste verkeer verwachtte en maakte enkele snelle berekeningen volgens een schema dat bij elke medewerker naast het scherm lag. Ik kwam opnieuw uit op dezelfde route als de dagen hiervoor.

Afstand: 38 kilometer

Reistijd: 42 minuten

Ik negeerde wederom de waarschuwing over de onverharde weg en bracht het microfoontje iets dichter bij mijn mond.

'Reistijd tot de geselecteerde bestemming bedraagt 42 minuten.'

Ik wachtte enkele seconden.

'Rijden maar.'

Ik stelde de klok in op 42 en luisterde naar het gestommel in de wagen van Tante Betje. De motor startte en de radio werd aangezet.

Het pijltje op mijn scherm draaide zich met de punt naar het noorden en begon langzaam te bewegen. Ik nam me voor om me deze keer niet door mijn knappe buurman te laten afleiden en gidste Tante Betje vlot door het centrum van Westerkerke. Na de zigzaggende polderweggetjes kwam Lakezele in zicht met de vertrouwde rotonde.

Na een korte aarzeling draaide ze de rotonde op. Bah, die smaak weer. Ik nam een slokje water, deze keer zonder mijn bureau onder te sproeien.

Ik stelde de begrenzer in op 30 km per uur.

'Nu gedurende anderhalve kilometer rechtdoor. Vervolgens linksaf.'

Fijn, mijn onderbreking van drie minuten. Ik schakelde mijn microfoon uit – maar hield deze keer mijn oortje voor de zekerheid in – en draaide me naar Michiel die luidruchtig gesticuleerde tegen het pijltje op zijn scherm.

'Omkeren! Omkeren!' Zijn hoofd was rood en zijn haren leken nat van het zweet. Hij zag me in zijn richting kijken en schermde zijn microfoon eveneens af. Hij wees met zijn hoofd naar zijn scherm, waar de blauwe pijl wederom koppig voorbij het vlaggetje van de eindbestemming was gereden. Zijn ademhaling was snel en diep.

'Weer zo'n fucking eigenwijze lul!' gromde hij gefrustreerd. De blauwe pijl was niet onder de indruk en bleef hardnekkig de gekozen richting vervolgen. Aan de rode getallen onderin het scherm te zien, hield de bestuurder zich ook niet aan de opgelegde snelheid.

'Waarom heb ik altijd die sukkels die niet willen luisteren?' Hij ademde enkele keren diep in en schakelde zijn microfoon weer in.

'Een nieuwe route wordt berekend. Even geduld.' Hij ging – nog steeds zichtbaar boos – in de weer met potlood, passer en een wegenkaart. Volgens mij was dit verre van Michiels droomjob. Als GPS-stem moest je er tegen kunnen dat bestuurders het af en toe beter dachten te weten en daar wrong duidelijk het schoentje.

Enkele krabbels later sprak Michiel zijn bevindingen in.

'Over 300 meter naar links.' Gespannen keek hij naar zijn scherm.

'Sla links af.'

De pijl negeerde ook deze keer het advies van Michiel en versnelde zelfs op de koop toe. De mooie ogen van mijn collega keken met de seconde bozer. Toen de snelheid vervolgens dik in het rood ging en er verschillende flikkerende symbolen op het scherm van Michiel verschenen, begeleid door een pulserend alarm, werd het hem teveel. Hij rukte de ontvanger uit zijn oor en keilde hem tezamen met de microfoon tegen de grond.

'FUCK YOU!' schreeuwde hij. Speekseldruppels spatten tegen zijn scherm. Hij sprong recht en trapte woedend zijn stoel omver. Hij keek me indringend aan en wees naar de blauwe pijl die zich geen ene ruk aantrok van zijn woede-uitbarsting.

'Geloof je dit nu? Djeezes! Dit gaat nu al tien minuten zo. _T i en minuten_! Ik mag zeggen wat ik wil, ze weten het blijkbaar beter aan de andere kant. Waarschijnlijk horen ze me niet eens door die kut-techno! Fuck, gebruik dan géén GPS! Alsof wij niets beters te doen hebben! Respectloos, dat is het!'

Ik knikte bemoedigend in zijn richting.

'Misschien zijn ze te vroeg op hun bestemming aangekomen,' probeerde ik boven het alarm uit te schreeuwen, 'misschien zoeken ze nog eerst een plekje om iets te eten?'

Michiel staarde me zwijgend aan.

Hij raapte zijn headset van de grond en zette zich weer op zijn stoel. Het alarm stopte abrupt. Hoofdschuddend en met zijn ogen dicht telde hij af van drie naar nul.

'Een nieuwe route wordt berekend. Even geduld,' prevelde hij tenslotte.

Terwijl mijn collega weer met zijn wegenkaart aan de slag ging, keek ik opnieuw naar de vooruitgang bij mijn eigen cliënt.

De drie minuten waren bijna om. Ze naderde het punt waar ze naar links moest afslaan.

'Over 300 meter afslaan naar links.'

Ik merkte aan de snelheid van het pijltje dat ze alvast wat afremde. Lang leve cliënten als Tante Betje.

'Sla links af. Westerkerkseweg.'

De pijl volgde mijn instructies netjes op. Wat een zaligheid.

'Over 500 meter bestemming bereikt.'

Ik zag dat Tante Betje zich naast het park parkeerde. In mijn oortje hoorde ik hoe ze de motor stillegde, maar de radio nog even aanliet. Het nieuws van half vijf begon, ik herkende de typische bliepjes. In mijn gedachte noemde de presentator zijn naam en vatte hij het eerste hoofdpunt aan.

Mooi zo, alweer een opdracht succesvol afgerond.

In mijn schriftje vinkte ik aan dat de cliënt de eindbestemming had bereikt zonder noemenswaardige beslommeringen en leunde tevreden achterover in mijn stoel.

Naast me zat Michiel eveneens aantekeningen te maken. Aan de kloppende ader boven zijn linkerslaap kon ik zien dat hij minder geluk had gehad.

Hij zag me kijken en zuchtte. 'Uitgeschakeld. Kun je dat geloven? Waarschijnlijk een bende jongelui die – '

Geschrokken zweeg hij. Hij keek me aan en probeerde zijn gezicht te redden.

'Euh… Sorry, Lucia. Ik bedoelde er niets mee.'

Ik wuifde zijn verontschuldigingen weg. 'Maakt niet uit,' zei ik lachend. Ik wist maar al te goed dat sommige van mijn generatiegenoten best wel respectloos konden zijn. Vooral in groep.

Ik schoof de stoel onder het bureau en zwaaide mijn tas over mijn schouder.

'Tot morgen, Michiel!'

'Het beste, Lucia.'


Toen ik de volgende dag bij mijn bureau aankwam, zag ik al van op een afstand dat er iets niet klopte. Op mijn scherm flikkerden er opnieuw allerhande bizarre symbolen, alleen waren het er een massa meer dan laatst en werden ze begeleid door een irritant alarmsignaal.

Ik keek op mijn horloge: ik was netjes op tijd, mijn shift zou pas over een minuut beginnen. Had ik mijn account gisteren misschien niet goed afgesloten?

Ik smeet mijn tas naast het bureau en probeerde met enkele toetsencombinaties het alarm te stoppen. Geen enkele leek te werken.

Ik tikte Michiel op de schouders. Hij schrok – hij had me duidelijk niet gehoord – en draaide zich met een ruk om. Toen hij me zag, haalde hij één van de ontvangers uit zijn oor. De techno knalde zo loeihard door de wagen van zijn cliënt dat hij niets had opgemerkt van hetgeen zich aan mijn bureau afspeelde. Toen hij het kabaal hoorde, schermde hij snel zijn microfoontje af.

'Lucia, wat heb je gedaan?'

'Ik niets,' zei ik onthutst. 'Ik kom net aan. Hoe lang is dit al bezig?'

Michiel keek verward naar mijn flikkerende scherm. 'Nog maar net denk ik. Dat deed het in elk geval nog niet toen ik met mijn cliënt begon.' Snel begon hij te tokkelen op mijn toetsenbord, maar ook de combinaties die híj probeerde hadden niet het minste effect. De volumeknop deed eveneens niets af aan het lawaai.

'Het lijkt op de één of andere manier niets met het programma te maken te hebben. Misschien heb je wel een virus gedownload.'

Ik schudde nadenkend mijn hoofd.

'Onmogelijk. Het enige dat ik de voorbije dagen heb gedaan, is oproepen van cliënten beantwoord.'

Michiel bleef verwoed op mijn toetsenbord rammen.

'Weet je nog van wie?'

Ik dacht na. 'Tante Betje. Die had ik gisteren en eergisteren. En dáárvoor.' Ik pijnigde mijn hersenen.

'Eerlijk gezegd kan ik me niemand anders herinneren dan Tante Betje.'

Bovenop het geflikker op mijn scherm en de alarmsignalen, begon ook plots het rode lampje naast het scherm te knipperen. Bij het knipperende lampje verschenen de coördinaten van Tante Betje.

'Oh nee, ook dat nog: ik heb een oproep!' Ik voelde de stress door mijn lijf jagen. Hoe kon ik nu een cliënt verder helpen met dat kabaal op de achtergrond?

Ik zat als verstijfd aan mijn bureau.

De flikkerende symbolen op mijn scherm waren zo willekeurig dat ik er totaal niet wijs uit geraakte wat ze konden betekenen en hoe ik ze van mijn scherm moest krijgen.

Het rode lampje leek bij elk geknipper feller en groter te worden. Het alarm ging mee in crescendo. Ik móest deze oproep beantwoorden. Maar die verdomde symbolen blokkeerden een groot deel van mijn beeld.

Ten einde raad drukte ik op de toets waarmee ik de opdracht aanvaardde.

Op mijn scherm verschenen de vertrouwde instellingen.

Taal: Nederlands

Gekozen stem: Lucia

Ingevoerde bestemming: Rozenpark, Lakezele

Nadat hij nog enkele toetsencombinaties had uitgeprobeerd, keek Michiel me vol medelijden aan. 'Sorry, Lucia, ik moet verder met mijn eigen cliënt,' schreeuwde hij boven het signaal uit. 'Misschien kan je IT of de helpdesk contacteren?'

Hij draaide zich terug naar zijn scherm en vervolgde de route van zijn TechnoTokkie.

IT of de helpdesk, dus. Op zich een goeie tip. Alleen had ik geen flauw benul hoe en waar ik die zou moeten bereiken. Ik graaide naar mijn schriftje met instructies en FAQ's en begon als een razende te bladeren.

Plots stopte het irritante gebliep. De stilte kwam zo abrupt dat ik er van schrok.

Verward keek ik op naar het scherm.

De flikkerende symbolen waren verdwenen. Alles leek weer normaal. Ik keek opzij naar Michiel, die mijn vragende blik beantwoordde met een onverschillig geschokschouder.

'Nou ja, gelukkig maar,' mompelde ik opgelucht. Ik haakte de ontvanger aan mijn oor en boog het microfoontje voor mijn mond.

'Uw route wordt berekend,' sprak ik gehaaster dan anders. De adrenaline was nog niet weggeëbd.

Ik schetste het traject dat me het meest toepasselijk leek. Niet toevallig was deze hetzelfde als de dagen ervoor. Ik was eerlijk gezegd nog te gestrest om alle opties even gemotiveerd te vergelijken.

Afstand: 38 kilometer

Reistijd: 42 minuten

Ik negeerde de waarschuwing over een onverharde weg – juist, die moest ik nog rapporteren – en schakelde de klok in.

'Rijden maar.' Rustig ademen, Lucia.

Het begeleiden van Tante Betje was allerminst een uitdaging. Ook vandaag volgde ze nauwgezet mijn instructies. Toen ze de polderweggetjes voorbij was en richting mijn pauze reed, gluurde ik even naar Michiel. Zijn cliënt was bijna bij zijn bestemming, maar vandaag had ik geen zin in koetjes en kalfjes. Misschien moest ik deze keer maar eens écht pauzeren.

'Nu gedurende anderhalve kilometer rechtdoor. Vervolgens linksaf.'

Drie minuten om me op te frissen en misschien weer tot rust te komen. Ik hoopte maar dat het voldoende was.

Ik schakelde mijn microfoon uit en legde mijn oortje op het bureau.

Met een bonzend hoofd slenterde ik naar het sanitaire blok achterin het kamertje – eigenlijk niet meer dan een wc-hokje met een lavabo ernaast – en spatte wat water in mijn gezicht. Ik voelde me belabberd: leeggezogen door de stress. Toen ik mezelf in de spiegel bekeek – rode, natte ogen, bleke grauwe huid – voelde ik me zestig in plaats van zestien. Ik droogde me af met het klamme handdoekje dat erbij hing en ademde enkele keren diep in en uit. Het had maar weinig effect. Vandaag zou ik de stress niet meer wegkrijgen.

Toen ik terug naar mijn bureau slofte, was de stoel van Michiel leeg.

Ik keek vluchtig rond waar hij gebleven was, maar kon hem niet onmiddellijk zien. De kleine ruimte waar onze bureaus waren was behalve een vijftal oplichtende schermen helemaal donker. Andere collega's had ik de laatste dagen al niet meer gezien. Nu Michiel was verdwenen, bleef ik dus helemaal alleen achter. Nu ja, alleen… ik had Tante Betje nog.

Ik keek op de klok. Nog een tiental seconden en mijn pauze was voorbij. Ik zette me weer voor het scherm, haakte mijn oortje vast en knipte de microfoon opnieuw aan.

Ik baalde ervan dat Michiel was vertrokken zonder me gedag te zeggen.

Bij het afwerken van de rest van het traject bleef ik me leeg voelen. Alle fut was tezamen met Michiel verdwenen. Ik sleepte me voort naar het einde van mijn shift.

Tante Betje parkeerde zich naast het park en zette de motor van haar wagen stil. De tune van het nieuwsbulletin van half vijf was voor mij het signaal om mijn boeltje te pakken.

Ik zocht mijn spullen bij elkaar, het papiertje met de berekende route wierp ik verfrommeld in de papiermand. Bij het terugschuiven van mijn stoel onder het bureau liet ik mijn oog terloops vallen op het scherm van Michiel.

Zijn account was niet afgesloten, hij moest echt overhaast de ruimte hebben verlaten. De blauwe pijl van zijn cliënt stond als bevroren in het midden van het scherm, geen enkel cijfertje veranderde nog, alsof iemand het op 'pauze' had gezet. Ik herkende het ID-nummer van de oproeper niet. In elk geval geen cliënt die ik de laatste tijd had moeten begeleiden. Naast de pijl liep een dikke lichtblauwe lijn in kronkels. Een grote beek of een kleine rivier. Groene Kreek stond er dwars over. Een kreek, ook goed. Tussen Vierdijken en Staveren. Die eerste zei me niets, maar Staveren lag aan de andere kant van het land.

Ik zette de stoel van Michiel netjes onder het bureau en hoopte dat Michiel morgen ook eens een Tante Betje mocht begeleiden. Ik vond woede-aanvallen bij knappe mannen met bruine hertenogen al bij al toch een ferme afknapper.


Toen ik de volgende dag voor mijn scherm plaatsnam, was de stoel van Michiel nog steeds leeg. Vreemd, de andere keren was hij al volop aan het werk geweest toen ik nog moest starten. Ik keek of hij misschien naar het toilet was, maar ook daar geen teken van leven. Het licht was uit, de deur stond op een kier. Ik kon zien dat er niemand binnen was.

Vandaag stond ik er dus alleen voor.

Hopelijk heeft hij geen burn-out, dacht ik bij mezelf. Deze job was al geen hoogvlieger wat variatie betrof en als ik het nog moest doen zonder gezelschap, dan zou ik er waarschijnlijk zelf ook snel de brui aan geven.

Het rode lampje naast mijn scherm lichtte op.

Ik keek opzij naar de lege stoel van Michiel en mompelde mijn opmerking over Tante Betje dan maar tegen zijn toetsenbord. Het was niet hetzelfde.

Taal: Nederlands

Gekozen stem: Lucia

Ingevoerde bestemming: Rozenpark, Lakezele

Ik zuchtte. Misschien had ik er vandaag niet zoveel zin in. Het lege gevoel van gisteren sluimerde nog steeds.

De coördinaten van het vertrekpunt van mijn cliënt lichtten op op het scherm. Ik herkende er het dorpsplein van Westerkerke in. Wat een verrassing. Ik merkte dat de eentonigheid van mijn opdrachten ferm begon tegen te steken.

Ik viste het papiertje van gisteren uit de vuilnismand onder het bureau. Ook vandaag zou het wel weer rustig zijn op de weg, net zoals gisteren en eergisteren en alle dagen ervoor. Ik kon me me niet meer herinneren hoe dikwijls ik dit traject al had begeleid. En nu ik erover nadacht kon ik me ook geen ander traject voor de geest halen. Jezus, zonder collega is hier echt geen reet aan… Hoe kom ik deze dag door?

Afstand: 38 kilometer

Reistijd: 42 minuten

Ik stelde de klok in op 42 en stond klaar om het aftellen te starten.

De waarschuwing over de onverharde weg klikte ik al weg nog voor het goed en wel op mijn scherm was verschenen.

'Rijden maar,' sprak ik, naar mijn gevoel hoorbaar minder enthousiast dan voorheen.

Daar ging ze. Op weg naar de Eikenlaan.

'Bij het kruispunt: rechtdoor.' Ik mis Michiel.

'Bij het kruispunt: rechtdoor.' Ik verveel me dood.

'Bij het kruispunt: rechtdoor.' Honger.

'Na 50 meter: rechtsaf.' Dorst.

'Sla rechts af. Eikenlaan.' Ik wil naar huis.

Het pijltje bewoog niet.

'Sla rechts af. Eikenlaan.' Nog steeds geen reactie.

'Ah, juist, het verkeerslicht,' mompelde ik tegen het blauwe pijltje.

Ik keek verveeld rond, op zoek naar iets wat me wat verstrooiing kon geven. Maar al wat er stond in deze halfduistere kubus waren enkele bureaus – allemaal dezelfde, met dezelfde stoel eronder en hetzelfde scherm erop. Erboven hing telkens een klok. Ook allemaal dezelfde. Voor de rest was deze kamer even saai als het werk dat we deden. Zucht.

Tante Betje reed ruim onder de toegestane snelheid en volgde mijn instructies nauwgezet op. Hopelijk was het voor haar niet al te duidelijk hoorbaar in welke stemming ik verkeerde. Toen ze de polder weer uit was, kreeg ik een wee gevoel in mijn maag. Mijn drie-minuten-pauze zou ik deze keer zonder Michiel moeten doorbrengen. Kutzooi.

'Nu gedurende anderhalve kilometer rechtdoor. Vervolgens linksaf.'

Met het uitspreken van deze woorden, greep ik al automatisch naar mijn oortje – die pauze zat echt ingebakken in mijn systeem – maar de neiging om het af te zetten kon ik nog net op tijd onderdrukken.

Als Michiel er niet was, had zo'n pauze weinig waarde.

Ik hield de ontvanger in en luisterde naar de rustige muziek die vanuit de radio van Tante Betje mijn oortje bereikte. Het was één of andere melancholische hit van vroeger. Het kwam me vaag bekend voor, maar ook hier was de stem weggefilterd. Ik probeerde me de melodie van de zang te herinneren, maar dat was best lastig. Het kon best nog wel eens gebruikt zijn in zo'n romantische zwijmelfilm van enkele jaren geleden. Ik merkte pas dat ik al een eind zat weg te dromen toen er plots een geluid weerklonk dat niet bij de muziek hoorde.

Getik.

In een ander ritme dan het lied op de radio. Een rilling liep over mijn nek.

Ik nam mijn oortje af en draaide me om. Misschien was er iemand binnengekomen en kwam het getik vanaf één van de bureaus.

Er was niemand.

De kamer was nog even leeg en donker als daarnet. Het lampje van het wc-hokje was uit, de deur stond op een kier.

Ik was nog steeds helemaal alleen.

En zonder oortje hoorde ik het getik niet meer, dus kwam het geluid niet van déze kant van de lijn.

Ik haakte de ontvanger opnieuw aan en luisterde naar de geluiden in de wagen van Tante Betje.

Het getik was er weer.

En niet alleen dat: er was nog een ander nieuw geluid dat ik niet herkende.

Ik draaide het volume van mijn oortje iets hoger. De zwijmelmuziek werd luider, het getik leek nu eerder op gebonk.

Onbewust hield ik mijn adem in.

Ik kneep mijn ogen tot spleetjes en probeerde een patroon in het getik te herkennen. Misschien als ik het volume nog een klein beetje luider…

Plots klonk een scherp elektronisch gekrijs door mijn oortjes. Het kwam zo onverwacht dat ik als in een reflex de hoofdtelefoon afrukte en geschrokken naar mijn scherm staarde. Een storing liep diagonaal over het beeld. Een grote gevarendriehoek verscheen, met drie woorden er onder die rood knipperden: opgelet, stemmenfilter uit!

Met grote ogen staarde ik naar de onheilsboodschap.

Stemmenfilter uit? Oh nee, dat mag helemaal niet!

Ik drukte enkele keren vruchteloos op de driehoek op mijn scherm. Zinloos. Geen touchscreen. Het angstzweet brak me uit. Dit was volstrekt tegen alle regels, het was absoluut verboden om de stemmenfilter uit te zetten… hetgeen überhaupt onmogelijk hoorde te zijn voor ons, het personeel. In paniek staarde ik naar het scherm, terwijl mijn hersenen op volle toeren draaiden. Wat moest ik hier in godsnaam mee?

Er weerklonk geen gekrijs meer uit het oortje. Ik haakte de ontvanger opnieuw aan en bladerde voor de zoveelste keer door de handleiding. Stemmenfilter… waar zou ik die kunnen vinden…

Een nieuw geluid in mijn oortje deed me stoppen met bladeren.

Ik meende in de ruis van verkeersgeluiden een stem te horen. Een stem die woorden fluisterde.

Een koude rilling liep over mijn rug. Ik keek schuw om me heen. Plots voelde ik me heel erg kwetsbaar in deze eenzame, donkere ruimte.

De stem bleef onverstaanbaar fluisteren.

Ik draaide het volume nog een klein beetje harder. De muziek klonk nu krakend. Het gefluister werd luider, maar ik kon er nog steeds geen woorden in horen.

Het leek alsof steeds dezelfde zin herhaald werd. Als een soort mantra.

Toen ik enkele woorden plots duidelijk verstond, kreeg ik terstond kippenvel.

'Lucia… laat me er uit.'

Ik hield mijn adem in en luisterde nog meer gefocust dan ervoor. Had ik gedroomd, of sprak die stem me rechtstreeks aan?

'Laat me gaan. Alsjeblieft.' Het laatste woord klonk smekend.

Ik keek onthutst naar mijn scherm. Het pijltje was nu halverwege de anderhalve kilometer lange weg. Was dit de stem van Tante Betje? Het was bizar, maar ergens leek ik de stem te herkennen.

En toch weer niet.

Ik keek opnieuw achter me. Die stem in mijn oortje en deze lege, donkere ruimte gaven me een onbehaaglijk gevoel. Alsof iemand zo meteen zijn hand op mijn schouder zou leggen en in mijn nek zou ademen.

In mijn oortje hoorde ik de stem nu zachtjes snikken. Dit was duidelijk nog een jong meisje, te jong om zelf te mogen rijden. Misschien had Tante Betje een passagier?

Ik bracht het microfoontje naar mijn mond en aarzelde. Het was strikt verboden om dingen tegen cliënten te zeggen die niets met het traject te maken hadden.

'Alsjeblieft!' Ze leek echt in nood.

Ik knipte de microfoon aan en besloot dat ik door die defecte stemmenfilter toch al illegaal bezig was. Misschien golden de regels niet als er iemand gevaar liep.

'Wie ben j –'

Een luid pulserend alarm onderbrak me meteen. Het was vele malen luider dan vorige keer, ik voelde de geluidsgolven door heel mijn lichaam trillen. Plots werd mijn scherm compleet overspoeld met dezelfde bizarre symbolen als gisteren, de ene al groter en vreemder dan de andere. Ze vulden mijn scherm zodanig dat ik de blauwe pijl en het traject amper nog kon zien.

Shit, ik had dus maar beter mijn mond gehouden.

Door het alarm kon ik het geluid in mijn oortje ook niet meer horen. En alsof dat nog niet chaotisch genoeg was, begon het rode lichtje boven mijn scherm ook heftig te knipperen.

Oh nee, een nieuwe oproep! Fuck, dit liep volledig uit de hand!

Als een gek begon ik opnieuw de folder met de FAQ's te doorbladeren, op zoek naar iets dat me van deze herrie zou kunnen verlossen. Tevergeefs.

De symbolen op mijn scherm namen in sneltempo het volledige beeld in. Ik kon niet meer zien waar Tante Betje op het moment was en geraakte nu pas echt in paniek.

Het volgende moment werd het scherm volledig zwart – alsof iemand er de stekker had uitgetrokken – en viel het alarm weg. Met mijn computer gingen tegelijk ook alle lichten in de werkruimte uit. Er waren geen ramen, dus het was meteen aardedonker om me heen.

Enkel het rode lichtje dat waarschuwde dat er een oproep binnenkwam bleef knipperen.

Verbluft liet ik de nieuwe verwikkelingen over me heen komen. Het was muisstil nu. In mijn oortje hoorde ik niets meer: geen meisje, geen getik en geen muziek. De duisternis werd enkel doorbroken door het rode knipperlicht.

Ik keek om me heen. Zelfs het groene lampje dat aangaf waar de nooduitgang zich bevond was volledig gedoofd, alsof alle zekeringen waren gesprongen.

Ik twijfelde of dit een verandering ten goede was: de chaos was nu wel minder, maar mijn scherm deed het niet meer. Niets deed het meer. Behalve dus dat irritante rode knipperlicht. Waarschijnlijk stond dat op een alternatief circuit geschakeld, of was er toch een noodgenerator.

Plots hoorde ik een zacht gezoem uit de computer opstijgen. Vervolgens verscheen er een knipperend blokje in het midden van het scherm.

Ik zuchtte opgelucht: hij startte opnieuw op!

Enkele getallenreeksen verschenen en verdwenen weer. Blijkbaar had het systeem zich gewoon gereboot. Met wat geluk kon ik zo meteen alsnog aan de slag. De schaarse verlichting boven de bureaus floepten opnieuw aan. Boven het scherm versprong de grote wijzer van 14 terug naar 42. Als ik het goed inschatte, zou Tante Betje nog steeds langzaam rechtdoor rijden richting het kruispunt met de Westerkerkseweg.

Het rode lichtje dat me vertelde dat er een nieuwe oproep binnenkwam, knipperde ondertussen nog steeds onophoudelijk.

Ik aarzelde. Ik kon moeilijk een opdracht aanvaarden als ik geen scherm ter beschikking had. En ik was nog bezig met Tante Betje, die ik nu blind moest begeleiden, dus ik kón ook helemaal geen tweede opdracht aanvaarden.

Na enkele seconden verscheen de vertrouwde kaart op mijn scherm. Het blauwe pijltje stond als bevroren op het marktplein van Westerkerke. Alsof Tante Betje opnieuw op haar vertrekpunt stond.

Ik drukte op enkele toetsen om te zien of ik het beeld kon verversen, maar opnieuw reageerde niets op mijn pogingen. Ook in mijn oortjes bleef alles doodstil.

In het midden van het beeld knipperde de witte cursor nog steeds.

Ik besloot om de oproep te beantwoorden. Misschien belde Tante Betje opnieuw in en kon ik op die manier haar opdracht alsnog verder afwerken.

Ik aanvaardde de oproep en wachtte ongeduldig tot de instellingen op mijn scherm zouden verschijnen.

Er gebeurde niets.

Het rode lampje bleef opdringerig aan- en uitgaan. Het beeld op mijn scherm bleef stijfbevroren. Enkel de cursor knipperde.

Ik probeerde opnieuw de opdracht te aanvaarden, maar ik kreeg het niet voor elkaar. Het vakje met de coördinaten van de oproeper was niet ingevuld, zag ik nu.

Dit was geen Tante Betje die me probeerde te bereiken. Misschien had Michiel alsnog gelijk en was het toch een virus.

Ik probeerde opnieuw enkele toetsencombinaties, hoewel ik al op voorhand wist dat het waarschijnlijk weinig zin zou hebben. De derde keer dat ik de oproep probeerde te beantwoorden, stopte het knipperlicht.

Ah, eindelijk!

Ik wachtte tot de ingevoerde instellingen van mijn opdracht zouden verschijnen.

Maar in de plaats daarvan verschenen er woorden bij de cursor die me nog meer in de war brachten.

'Is er daar iemand?'

Ik staarde naar mijn scherm.

Is er daar iemand.

Was dit een grapje van Michiel?

Ik keek over mijn schouders om te zien of er nog steeds niemand achter me stond. De kamer was nog even leeg en donker.

De cursor op mijn scherm versprong een regel. Dezelfde woorden verschenen nogmaals.

'Is er daar iemand?'

Ik liet mijn vingers boven het toetsenbord zweven. De vorige keer dat ik buiten de lijntjes kleurde, gingen er allemaal alarmbellen af en begon deze hele ellende. Maar aan de andere kant: misschien was dit wel de helpdesk die had opgemerkt dat ik problemen had.

De cursor versprong opnieuw een regel en leek op mijn antwoord te wachten.

Voorzichtig toetste ik de letters J en A in. Met ingehouden adem drukte ik 'enter'.

De letters verdwenen.

In de plaats verscheen opnieuw de knipperende cursor. Op de achtergrond nog steeds het bevroren beeld van de startplaats van Tante Betje.

Ik voelde opnieuw de adrenaline stijgen. Waar zou dit naartoe leiden?

Er kwam beweging in de cursor. Er verscheen een nieuwe vraag.

'Wie ben je?'

Ik aarzelde.

'Zeg eerst wie jij bent. Ben je van IT?' antwoordde ik. Hij had mij uiteindelijk benaderd.

Enter.

De letters verdwenen weer.

'Nee, geen IT. Mijn naam is Sujadi,' zei de cursor.

Die naam zei me niets. Het klonk wel exotisch. Heette Tante Betje misschien eigenlijk Sujadi? Ik kon me in elk geval geen Sujadi herinneren – en zo'n naam zag ik mezelf niet snel vergeten.

De cursor versprong naar een nieuwe regel.

'Mag ik nu weten hoe jij heet?'

De cursor versprong en wachtte op mijn antwoord.

Ik dacht enkele seconden na voordat ik antwoordde. Uiteindelijk besloot ik dat het geen kwaad kon dat ik hem mijn naam vertelde.

'Mijn naam is Lucia,' typte ik.

Enter.

De cursor versprong weer. Het bleef lange tijd stil voordat er een antwoord kwam.

'Lucia, waar ben je?'

Oké, dacht ik bij mezelf. Mijn naam tot daaraan toe. Maar waar ik ben, hoeven vreemde mannen niet echt te weten, zelfs al klinken ze exotisch. Ik voelde me plots weer erg ongemakkelijk en besloot om niet meer te antwoorden.

Ik probeerde de aan/uit-knop op de computer te ontdekken. Mogelijk kon ik het scherm opnieuw opstarten en deed de kaart het vervolgens wel weer.

Na ruim een minuut – waarin ik niet antwoordde – ging de cursor naar de volgende regel.

'Lucia, je vader Hendrik is hier. Hij mist je.'

Toen ik die woorden las, ging er een schok door mijn lijf.

Papa? Wat heeft mijn vader hier mee te maken? Hoe wist die onbekende Sujadi de naam van mijn vader?

Ik staarde sprakeloos naar het scherm en groef ondertussen in mijn herinneringen.

Kende ik écht geen Sujadi? Nee, zeker weten niet.

Hoe kende hij mijn vader? Misschien een collega van op kantoor?

Waarom zei hij dat papa me miste? Ik had hem toch nog gezien voordat ik naar mijn werk vertrok? Of was dat niet zo?

Een plots opkomende aanval van hoofdpijn verhinderde me om helder na te denken. Alles in mijn hoofd werd warrig en chaotisch.

Ik keek rondom me naar de lege bureaus.

Waar was iedereen?

Waar was ik eigenlijk?

In mijn oortje hoorde ik gestommel en de motor van een auto starten. Een radio werd aangeknipt.

Plots kwam er beweging op mijn scherm. De blauwe pijl in het midden van mijn beeld draaide een kwartslag en begon naar het noorden te kruipen.

Mijn hart sloeg een slag over. Tante Betje reed. En ik praatte met een zekere Sujadi, een vriend van papa. Via een cursor op de computer van mijn werk.

'Lucia, kan je ons vertellen waar je bent?'

Hier had ik geen tijd voor, ik moest Tante Betje naar het park van Lakezele begeleiden!

'Op mijn werk, bezig met een cliënt. Ik moet nu gaan.' Ik typte zo snel ik kon.

Enter.

Ik knipte het microfoontje aan en probeerde vluchtig te ontdekken op welk deel van de traject ze nu was.

Ze was al bijna bij de Eikenlaan!

'Bij het kruispunt: rechtsaf! Eikenlaan!'

Ik zag hoe het pijltje bij het kruispunt stopte. Het dagelijkse rode licht.

Ze had me bij het eerste deel van de route alvast niet gemist.

In mijn oortje hoorde ik hoe de muziek in de wagen plots zachter werd gezet. Het pijltje stond nog steeds stil aan het kruispunt. Een zoemend geluid in mijn oortje deed me denken aan een autoruit die elektrisch werd geopend.

'Wil je een lift?' Een vriendelijke mannenstem. 'Het regent zo! Kom, stap in!'

De stemmenfilter stond nog steeds uit!

Het antwoord klonk als geruis. Ik zette het volume opnieuw wat luider.

'Of je een lift wilt! Waar moet je naartoe?'

Een meisjeslach weerklonk. Op de achtergrond hoorde ik auto's toeteren. Een motorfiets reed voorbij.

Het pijltje bewoog nog steeds niet. Ik luisterde gespannen naar de geluiden die ik hoorde in de auto van Tante Betje.

De cursor op mijn scherm spuwde opnieuw enkele woorden uit: 'Lucia, ben je er nog?'

Laat me met rust, dacht ik. Vreselijk, zulke mensen die van geen ophouden weten.

Ik concentreerde me opnieuw op de geluiden in de auto.

'Stap snel in, je bent doorweekt! Ik zet je thuis af. Snel, het licht staat al op groen!'

Een autoportier werd geopend. De meisjeslach werd luider. Het portier sloeg dicht. Ik hoorde de auto optrekken. Op mijn scherm bewoog de pijl naar rechts, de Eikenlaan in.

'Waar moet je naartoe?' vroeg de mannenstem.

'Zet me maar een kilometertje verder af, daar woon ik. Ik had gerust wel willen wandelen, hoor.' De stem van het meisje klonk opnieuw akelig bekend. Verdorie, ik wist zéker dat ik ze kende.

'Ben je gek. Zo'n jong meisje in de gietende regen. Kon je vader je niet ophalen?'

'Nee, mijn ouders werken tot laat. Hier is het, naar links.'

'Hoe heet je?' De pijl bleef in dezelfde richting kruipen.

'Hier woon ik, meneer. In deze straat links.'

'Hoe heet je?' De mannenstem klonk plots norser dan voorheen. Dwingender.

'U bent er voorbij gereden!' sprak het meisje onrustig.

Nu ik de stem van het meisje zo duidelijk in mijn oortje hoorde, knetterde er iets in mijn hoofd. Ik wist plots waarom haar stem me zo vertrouwd voorkwam: het klonk alsof ik mezelf op een opname hoorde.

'U had hier links moeten gaan. Ik woon in de Achterstraat.'

De Achterstraat! Daar woon ik ook!

De radio werd weer harder gezet en overstemde de geluiden in de wagen, maar ik hoorde dat het meisje luider en gejaagder praatte. In paniek, zo leek het wel.

Tegen de tijd dat de blauwe pijl de rotonde op zou gaan rijden, hoorde ik het meisje gillen en schreeuwen. Doorheen de ouderwetse muziek op de radio klonk gebonk en geschreeuw. Het was pas toen het meisje na veel kabaal en een luide bons plotsklaps zweeg dat ik het pijltje verder zag rijden, de rotonde op.

Verbijsterd zag ik hoe de wagen de tweede afslag naar rechts nam en rustig verder reed.

Ik was nog half in shock van al wat ik gehoord had, toen ik zag dat de cursor van Sujadi op het scherm ondertussen al enkele zinnen had uitgespuwd.

'Lucia, kun je beschrijven waar je bent?'

'Je papa wil weten of je veilig bent.'

'Lucia, ben je daar nog?'

Die onbekende Sujadi was op dit moment mijn enige verbinding met de buitenwereld.

Ik typte zo snel ik kon: 'Er is een meisje in gevaar. Ontvoerd!'

Enter.

De woorden verdwenen.

Enkele tellen later verscheen het antwoord van Sujadi.

'Kan je me hier iets meer over vertellen, Lucia? Weet je waar dat meisje is?'

Ik staarde naar de blauwe pijl op mijn scherm en probeerde de straatnamen te lezen.

'Ze zijn net voorbij de polder tussen Westerkerke en Lakezele. Bel de politie! Ze is, denk ik, gewond!'

Enter.

'Ligt ze ergens in de polder, Lucia? Kan je me vertellen waar?'

Nee, verdorie, ze ligt helemaal nergens! Maar als er niet snel gehandeld werd, dan liep dit vast fout af!

'Haar ontvoerder rijdt nu met haar naar Lakezele!'

Enter.

Het antwoord van Sujadi kwam snel deze keer: 'Je papa verwittigt de politie.'

Goed zo.

'Hou vol, Lucia. We komen naar je toe.'

Wat?

Ik kon me de haren wel uit mijn hoofd rukken van frustratie. Hoe kunnen ze dit nu niet begrijpen?

'Niet naar hier komen. Lakezele! Hij rijdt naar de Rozentuin!'

Het gestommel in mijn oortje werd weer luider. Het meisje begon opnieuw te snikken. Ze huilde met luide uithalen. Ik hoorde hoe haar ontvoerder met luide stem tegen haar begon in te praten.

'Stop met huilen! Ik doe je niets zolang je naar me luistert.' De warme, sympathieke stem van daarnet was ver te zoeken.

'Alsjeblieft, meneer,' zei het meisje met trillende stem. 'Mijn mama zal ongerust zijn.'

'Als je braaf bent, dan gaan we straks naar je mama.'

Ze zwegen allebei. Door het oortje hoorde ik de muziek van de autoradio, af en toe onderbroken door hartverscheurend gesnik.

'Je bent mooi, weet je dat?' Hij was weer rustig. Zijn stem was zwaarder dan daarnet.

'Je bent zo mooi. Hoe heet je?'

Het meisje antwoordde niet.

'Hoe heet je?' Ik kon horen dat hij weer ongeduldig werd.

Het meisje begon opnieuw harder te huilen.

'Mijn lip bloedt erg,' snikte ze, 'mijn mama –'

'Godverdomme! Zeg me hoe je heet!'

'Alsjeblieft, meneer, sla me niet meer, ik –'

'JOUW NAAM!'

'Lucia… Laat me eruit,' snikte het meisje.

Met open mond hoorde ik hoe het meisje haar… mijn naam uitsprak. Net zoals daarstraks. Mijn hartslag dreunde zowat door de hele kamer.

'Laat me gaan. Alsjeblieft.'

Ik werd plots ijl in mijn hoofd, de kamer begon te tollen. Het zweet brak me langs alle kanten uit. Wat was hier in godsnaam aan de hand?

'Alsjeblieft.'

Het pijltje op het scherm parkeerde zich naast het Rozenpark in Lakezele. Ik hoorde hoe de bestuurder de motor van de wagen stillegde. Op de radio begon het nieuwsbulletin van half vijf. De presentator stelde zich voor en vatte het eerste hoofdpunt aan.

'Het lichaam dat de brandweer gisteren uit de Grote Kreek bij Staveren haalde, vlak bij de N75, blijkt het lichaam van de 30-jarige Michiel de Bruijn te zijn, die vijf dagen geleden door zijn vrienden als vermist werd opgegeven. Hij lijkt slachtoffer te zijn geweest van een aanrijding, waarna de dader vluchtmisdr –'

Klik.

De radio werd uitgezet. Door het oortje hoorde ik het meisje gillen en snikken. Haar ontvoerder ademde zwaar.

Op het scherm spuwde de cursor opnieuw enkele woorden:

'Lucia, de politie is bij het Rozenpark van Lakezele.'

De letters dansten voor mijn ogen.

'Snel, hij gaat haar iets aandoen!' Schiet nou toch op!

Enter.

'Waar ben je, Lucia. Geef ons een hint!'

Een hint… Wat kon ik nog meer vertellen? Dit was al wat ik wist!

Plots schoot me iets te binnen.

Een onverharde weg. Er is een onverharde weg op het traject!

Mijn ademhaling stokte.

'Hij is het verwilderde deel van het park ingegaan! Een klein onverhard paadje achterin het park!'

Toen ik op de enter-toets had gedrukt en de woorden verdwenen, begon de grond onder mijn voeten zachtjes te trillen. Het potloodje rolde van mijn bureau, een doosje met pennen viel omver. Het trillen werd heftiger.

'Hou vol, Lucia. We zijn bijna bij jou!'

Heel de kamer daverde nu. De aftelklok donderde naar beneden. Kalk viel van het plafond naar beneden en veroorzaakte een flinke stofwolk die me m'n adem ontnam.

Een felle lichtbundel scheen door de afbrokkelende muren van mijn werkkamer. Terwijl de wereld rondom mij in elkaar stuikte, verwarmden de binnenstromende stralen mij vreemd aangenaam.

Ik voelde me zo licht als een veertje. Het leek alsof mijn kamer één grote warme zon werd, en ik werd opgezogen in een bad vol liefde.


In een aftandse wagen, op een tiental meter van de dorpsschool verwijderd, zit een man met een stoppelbaard. Zenuwachtig neemt hij een trekje van zijn sigaret, de zoveelste in enkele minuten tijd. Hij kijkt rondom zich alsof hij er zeker van wil zijn dat niemand hem in de gaten heeft. Over een kwartiertje gaat de bel een laatste keer en stroomt het dorpsplein vol met uitgelaten scholieren.

Half vier.

Op de radio zegt de nieuwslezer zijn naam en vat het eerste – en vandaag enige – hoofdpunt aan.

'In Lakezele is vandaag een einde gekomen aan de jarenlange zoektocht naar Lucia Geraards. Het meisje werd vermist toen ze in de zomer van 2014 niet thuiskwam van school en haar verdwijning hield maandenlang het hele land in de ban. Haar lichaam werd gevonden toen de politie graafwerken liet uitvoeren achter het bekende Rozenpark van Lakezele, en dit na een verlossende tip. Van de dader is er voorlopig geen spoor. Volgens bronnen bij de politie werd de ultieme tip gegeven door het omstreden medium Sujadi, die beweert zijn info via zijn paranormale gave te hebben verkregen. Sujadi zou zelf gecontacteerd zijn door de ouders van Lucia. Vanavond brengen we een speciale uitzending over het onderzoek met enkele reporters ter plaatse. Voor het sportnieuws schakelen we nu over naar onze collega –'

Klik.


Ondanks zijn tijdrovende hobby als dierenarts, vindt Bart toch nog tijd om regelmatig een kortverhaal of gedicht op papier te zetten. Hoewel gevarieerd in genre, hebben de meeste van zijn schrijfsels alvast één ding gemeen: een grimmig zwart randje. Voor het verhaal ‘Een nieuwe route wordt berekend’ kreeg Bart in 2018 de Harland Awards Debuutprijs.

Tekst: Bart de Wolf

Afbeelding: Pam Hage